De CoolSculpting ervaring van Stella Bergsma

Stella Bergsma is romanschrijver, opiniemaker en frontvrouw van de band Einsteinbarbie. Stella schrijft columns, artikelen en verhalen voor onder meer de Volkskrant, De Morgen, HP/DeTijd, Linda en Vrij Nederland. Ze is regelmatig te gast in talkshows – waaronder Vandaag Inside – om haar ongezouten mening te geven over gevaarlijke zaken als feminisme, seks & literatuur. In 2022 onderzocht zij het taboe op borsten in de documentaire Sorry voor de tieten (Net5).

Buik laten bevriezen

Voor een artikel dat Stella schreef voor Saar Magazine en De Standaard, liet ze haar vet bevriezen.  In deze Tiktok zie je hoe Stella Bergsma behandeld wordt aan haar buik met CoolSculpting. Het volledige artikel lees je hieronder.

Als feminist je lijf strakker laten trekken, doe je dat?

Natuurlijk was het cool geweest als ze zich als feministe niets zou aantrekken van hoe ze eruitziet. Maar ja, die buik? Enigszins beschroomd laat auteur Stella Bergsma haar vetcellen bevriezen. In gedachten staat ze intussen op de barricaden.

‘Ja, heel goed en dan nu een kwartslag draaien.’ Ik sta in mijn onderbroek tegenover een groot fotoapparaat. Op de grond is een cirkel met cijfers aangebracht. ‘Met je voeten naar de zes, zo ja’, zegt de behandelaar. Hij drukt een paar keer op een knopje. Uiterst vriendelijk is hij. Toch ril ik. Ik voel me kwetsbaar en … koud. En dat terwijl ik zo bevroren ga worden. Althans mijn buik dan. Ik ben hier om mijn vetcellen te laten bevriezen. Die schijn je dan daarna zo uit te plassen. De behandelende arts heeft met behulp van een plastic beugel en een merkstift al heel kunstig op mijn pens gepenseeld wat er straks op ijs gezet gaat worden. Dan is de fotovernedering klaar en krijg ik slofjes aan en een ochtendjas. Of ik koffie wil. Iets anders misschien? Een uiteraard slanke stagiaire begeleidt me een trap op. Ik word met alle egards behandeld, maar voel me toch een beetje een biggetje op weg naar de vriesbank. In een kamer met een grote blauwe stoel mag ik even wachten. Ik kijk naar de streep Picasso op mijn buik en moet denken aan de documentaire Beperkt houdbaar van Sunny Bergman. Ze vraagt daarin aan een plastisch chirurg wat hij allemaal aan haar zou kunnen verbeteren. Nadat hij een hele waslijst heeft opgenoemd, verlaat hij de behandelkamer. Ze blijft huilend voor de spiegel achter. Het janken staat mij eerlijk gezegd ook nader dan het lachen. Ik ben zenuwachtig. Wat doe ik hier?

‘Jij?’, krijg ik te horen wanneer ik zeg dat ik van plan ben om wat verjongingsbehandelingen te ondergaan en daar een stuk over te schrijven. ‘Ik had niet gedacht dat jij dat soort dingen deed.’ Of ze zouden vinden dat ik er oud uitzie, denk ik onwillekeurig. Maar dat is het niet. ‘Je lijkt me zo iemand die vindt dat we onszelf gewoon moeten accepteren, ook als we ouder worden’, krijg ik als repliek. Die zit. Want zo iemand ben ik natuurlijk ook, maar aan de andere kant dus niet. Ik kan ouderdom fantastisch goed accepteren … bij anderen. Bij mezelf vind ik het een stuk moeilijker en daar schaam ik me voor. Zogenaamd principieel probeer ik uit te dragen dat de maatschappij oudere vrouwen minder zou moeten veroordelen, maar stiekem veroordeel ik mezelf. Ik begin een oude nek te krijgen en dat vind ik lelijk. Mijn buikje dat ik maar niet weg krijg, is me al jaren een doorn in het oog. Ook feministes zijn ijdel.

Kalkoenificatie van de hals

Dus dat is wat ik hier doe. Ik ga mijn feministisch vet laten transformeren in ijsblokjes en over een week ga ik mijn principiële nek onderwerpen aan een behandeling met ultrageluid. Het schijnt fantastisch te werken. Een nek is een van de hardnekkigste lichaamsdelen om aan te pakken. Zonder een halve facelift is het heel moeilijk om iets te doen aan de kalkoenificatie van je hals, en ook die dwarse jaarringen die vrouwen op een gegeven moment in hun nek krijgen, kun je nauwelijks wegkrijgen met iets als botox of fillers. Ultrageluid schijnt daar de oplossing voor te zijn. Voor zover ik er ook maar iets van begrijp, kunnen de geluidsgolven in de diepere lagen van je huid komen en daar de aanmaak van nieuw collageen stimuleren.

Ik vind het dood- en doodeng. Het heeft wellicht te maken met het feit dat ik jaren geleden met mijn moeder – ik heb mijn ijdelheid van geen vreemde – meeging toen ze een scifi-achtige behandeling onderging voor, of eigenlijk tégen, haar onderkin. Die was zo extreem heftig, dat zelfs ik er als toeschouwer PTSS (posttraumatische straktrekstoornis) van kreeg. Mijn moeder vertelde me later dat ze zin had om het apparaat uit de handen van de behandelaarster te rukken en haar tegen de grond te slaan. ‘Nog liever een onderkin die achter me aansleept dan deze behandeling. Wat doen vrouwen zichzelf aan?’, riep ze woedend in de auto op weg naar huis. Haar feminisme was even heel hevig opgelaaid.

Uiterlijk of talenten

Bij mij begint de emancipatie ook te borrelen nu de behandelende arts grijnzend de blauwe kamer binnenkomt. ‘Stop seksisme! Abortus vrij!’, wil ik roepen wanneer hij de kwabben op mijn buik prepareert en in een soort witte zuignap stopt. ‘Doorbreek het glazen plafond. Wij vrouwen eisen’, heb ik zin om te krijsen als hij me vertelt dat de eerste vijf minuten even heel koud en vervelend zijn, maar dat het daarna wel meevalt.

Het is een rare spagaat waarin ik me bevind: de ergernis dat vrouwen nog altijd meer op hun uiterlijk beoordeeld worden dan op hun talenten en dat tegelijkertijd zelf ook doen. Ik kan me momenten herinneren dat er een cameraploeg naar mijn huis kwam om een van mijn militante meningen te filmen, en ik me zo druk maakte over hoe ik eruitzag dat ik compleet vergeten was wat ik de wereld te vertellen had. En nu ik dan op mijn 52ste steeds zekerder word over mijn inhoud, ben ik stiekem bang dat ik vanwege mijn vorm zal worden afgewezen. Dat ik op televisie weergaloze woorden spreek en dat mensen roepen: die nek, die nekt haar!

Mijn angst is niet ongegrond natuurlijk. Ik zie ‘publieke’ vrouwen van een bepaalde leeftijd bekritiseerd worden omdat ze te veel aan zichzelf doen, of juist ‘gecremeerde kroket’ genoemd worden als ze gewoon oud worden. Als ik ze überhaupt al zie. Het is de wereld waarin we leven: onaangenaam en onrechtvaardig. Net als die voorspelde eerste vijf minuten aan het ijskanon. Stekende pijn, tintelingen. Ik wil alweer bijna op de barricaden springen, maar daarna valt het inderdaad reuze mee. Je bent dan natuurlijk zo verdoofd door de kou, dat je niets meer voelt, behalve dat je niet weg kunt. Gelukkig komt de slanke stagiaire met me praten en dat leidt me zo af dat de vriestijd omvliegt. Als de zuignappen eraf gaan, is het weer even onaangenaam. Mijn onderlijf prikt als ijshanden die je bij de kachel houdt. Maar ook dat is gauw voorbij. Ik stuur foto’s van mijn knalrode buik naar mijn vriendinnen, die me terugsturen dat ze ook willen. ‘Joepie, vriesfeest! Lekker chill. Ik heb nog veel meer plekken op mijn lichaam die in de ijskast mogen’, roep ik tegen de behandelende arts. ‘Kijk hier! En hier! Doe eigenlijk mijn hele lichaam maar aan een vriesfuus. Maak me een ijslolly, dokkie.’ Wie mooi wil zijn, moet kou lijden.

Zelfliefde in plaats van zelfhaat

Ik snap opeens wel waarom dat sleutelen aan je uiterlijk verslavend kan zijn. Gek genoeg voel ik me trots, alsof ik iets moeilijks heb overwonnen. Het is vreemd hoe tevreden ik ben. Zou het zo zijn dat het ondergaan van zo’n behandeling juist geboren wordt uit zelfliefde in plaats van zelfhaat? Dat zorg om je uiterlijk ook zorg voor jezelf is? Maar wie bepaalt hoe je eruit moet zien? Het is als vrouw soms zo moeilijk om nog echt te weten wat je wordt opgedrongen en wat je in vrijheid kiest. Is de behandeling voor mijn nek die ik nog moet ondergaan een vrije keuze? Hoe dichterbij de dag van behandeling komt, hoe meer ik twijfel. Ik denk aan mijn woedende moeder en ben bang. Ik bel haar om te vragen hoe haar behandeling heette. Ze weet het niet meer. ‘Het was heel erg,’ zegt ze, ‘dat weet ik nog wel.’

Als de dag er is, sta ik om 7 uur naast mijn bed. Ik heb paracetamol geslikt om een spiegel op te bouwen en een diazepam om mezelf kalm te houden. Dat laatste was op aanraden van de arts, maar ik voel me nog erg onrustig. Gisteravond heb ik met een grote bel cognac naast me het internet afgestruind naar ervaringen met de ultrageluidsbehandeling. Die varieerden van: ‘stelt niets voor’, ‘een lichte prikkeling’, tot: ‘het was afschuwelijk’, ‘alsof ik met messen werd gestoken’, ‘alsof iemand met een dunschiller een laagje huid van me afschraapte’. Onnadenkend drink ik het bodempje cognac in mijn glas op. Iets van warmte verspreidt zich in mijn buik en opeens weet ik wat ik moet doen. Ik zet een sterke pot koffie en gooi er twee enorme scheuten van de drank bij. Mensen hebben het altijd maar over microdosing met drugs, maar dit is veel chiquer, denk ik tevreden. Warm, kalm en tevreden lig ik uiteindelijk op de behandeltafel. De behandelaarster praat tegen me en legt me uit wat ze doet. Ze zoekt de juiste huidlaag om het signaal doorheen te sturen, zodat ik precies op de goede plek behandeld word. Ik voel inderdaad prikkels, een beetje een irritant gevoel, alsof je een lichte elektrische puls krijgt, maar het valt me al met al zo vreselijk mee, dat hetzelfde eufore gevoel over me heen spoelt als bij het bevriezen. Laat haar doorgaan. Nog meer zones behandelen. Als dit het is, kan ik het makkelijk aan. Maak me glad, dokter, trek me strak.

Meer, nog meer

Inmiddels ben ik twee weken verder. De resultaten schijnen pas echt te zien te zijn na een week of zes. Toch heb ik al het gevoel dat mijn bovenbuik iets gladder is. Of ben ik iets afgevallen doordat ik extra gemotiveerd ben geraakt? En lijkt mijn nek nou minder los te zijn geworden? Of ben ik er gewoon aan gewend geraakt omdat ik er iedere dag urenlang geobsedeerd in de spiegel naar loop te turen? De veranderingen zullen waarschijnlijk subtieler zijn dan ik aanvankelijk had gedacht. Dat is nu eenmaal zo bij dat soort dingen: je bent als de dood voor de ingrijpendheid ervan en daarna ben je teleurgesteld dat de resultaten niet nog veel ingrijpender zijn. Zo heb ik vroeger met het zweet in mijn handen wel eens microdermabrasie gedaan, en botox en fillers, om daarna te denken dat alles nog veel gladder en strakker had gekund. Maar subtiel is altijd beter. Zoals een microdosis cognac. Ik ga daar patent op aanvragen en houd het altijd in mijn achterhoofd voor wanneer het leven me échte problemen geeft.

Al bij al blijf ik me dubbel voelen over de behandelingen en mijn eigen houding daarbij. Aan de ene kant vind ik dat ik groot gelijk heb dat ik me lekker laat straktrekken en wil ik meer, meer, meer. Lekker vriesvers door het leven, met een gladde streek van het geluidsstrijkijzer. Maar ik vind het ook wel erg oppervlakkig gelul allemaal. Ik krijg behoefte aan wat inhoud en diepgang. Hoewel ik dat nadenken over die ambivalente houding ten opzichte van je uiterlijk eigenlijk best diepgaand vind. Het is een probleem waar veel vrouwen, en tegenwoordig ook steeds meer mannen, mee worstelen. Zou ik iets aan mezelf laten doen in een wereld die daar niet om geeft? Die me niet veroordeelde omdat ik ouder en dikker word? Waarschijnlijk niet, maar in die wereld woon ik niet. Als ik me mooi voel, durf ik me makkelijker in het openbaar te begeven om daar te bespreken hoe oneerlijk het is dat ik me makkelijker in het openbaar durf te begeven als ik me mooi voel. Kunt u mij nog volgen? Wel interessant. Misschien kan ik er een documentaire over maken, een soort vervolg op die van Sunny Bergman. Maar dan wel over zes weken, als ik lekker strak ben.

Stella Bergsma. (2023, 15 juni). Als feminist je lijf strakker laten trekken, doe je dat?.
De Standaard. Bereikbaar via deze link.